# #

"Meer dan 120 kinderen lopen het risico volgende week op straat terecht te komen", Persbericht van het Platform en UNICEF België

27.04.2017 by Tine

Volgende dinsdag 2 mei 2017 komt de jaarlijkse winteropvang, georganiseerd door de Samusocial en het Brusselse Gewest, officieel ten einde.

De afgelopen nacht verbleven er nog 123 kinderen in de opvang. Deze kinderen en hun ouders (in totaal 196 personen) lopen het risico op de straat terecht te komen vanaf volgende week.

Een onzeker leven op straat is nooit in het belang van kinderen en heeft een diepe impact op de ontwikkeling en het algemeen welzijn van kinderen en hun ouders. Een onaangepaste woonsituatie maakt regelmatig naar school gaan zeer moeilijk en leidt vaak tot gezondheidsproblemen.

“Sinds 2016 is er een nieuw akkoord tussen het Brussels Gewest en de Samusocial voor 110 extra plaatsen in de daklozenopvang. Tot vandaag kon niemand ons echter formeel bevestigen dat deze extra plaatsen volgende week beschikbaar zullen zijn. Bovendien voldoet dit aantal niet aan de huidige vraag en zullen niet al deze plaatsen gereserveerd voor gezinnen met kinderen. Wij zijn dus heel ongerust dat er volgende week kinderen op straat terecht zullen komen. Elk kind dat op straat moet slapen is er één te veel!”, zegt Tine Vermeiren, van het Platform Kinderen op de vlucht.

Het Platform Kinderen op de vlucht ijvert voor het respect van de rechten van alle kinderen, ongeacht hun administratieve en migratiestatus.

Het Platform verwelkomt de inspanningen van het Brussels Gewest om een noodopvang te voorzien tijdens de winter. Het is echter noodzakelijk om het hele jaar door een structuur te behouden voor de noodopvang voor daklozen en in het bijzonder voor gezinnen met minderjarige kinderen, toegankelijk voor iedereen die er nood aan heeft – onafhankelijk van verblijfsstatuut. Daarnaast moet er een aangepaste structurele oplossing voorzien zijn voor kwalitatieve opvang en begeleiding van gezinnen met kinderen het hele jaar door. Volgens de Belgische wet hebben ook kinderen zonder wettig verblijf recht op materiële hulp (opvang) wanneer hun ouders niet in staat zijn in hun onderhoud te voorzien.[i]

 

[i] Dit recht op materiële hulp is het gevolg van een principearrest van het Grondwettelijk Hof van 22 juli 2003 (toen Arbitragehof). Sindsdien bepaalt het nieuw artikel 57§2 van de organieke wet betreffende het OCMW dat een minderjarige en zijn gezin die onwettig op het grondgebied verblijven, kunnen genieten van een maatschappelijke hulpverlening die beperkt is tot de materiële hulp die nodig is voor de ontwikkeling van het kind. Dit arrest werd omgezet in het Koninklijk Besluit van 24 juni 2004 (gewijzigd door een Koninklijk Besluit van 1 juni 2006).

Aanvankelijk werden deze gezinnen opgevangen in een Fedasil opvangcentrum. In een samenwerkingsakkoord tussen Fedasil en de Dienst Vreemdelingenzaken (in mei 2013) werd het recht op materiële hulp (opvang) echter beperkt in tijd tot 30 dagen en de begeleiding uitsluitend afgestemd op terugkeer. Een arrest van de Raad van State van 23.04.2015 annuleerde de beperking van de opvang in tijd. De begeleiding die gezinnen krijgen, blijft naar onze mening echter onvoldoende gericht op een “duurzame oplossing – ofwel door een regularisatie van hun verblijf, ofwel door terugkeer”, zoals voorzien in de wet. Het recht op materiële hulp dat voorzien werd in de wet, werd in de praktijk uitgehold. Sinds het samenwerkingsakkoord doen beduidend minder families beroep op dit recht en kwamen meer en meer families terecht in de daklozenopvang.

 

Voor verdere vragen:   Tine Vermeiren (NL en FR) – 02/210 94 91 – tv@sdj.be

Zie hier voor het persbericht in PDF versie.